|
Uitslagen en foto's van het GHP gebeuren in onze hondenschool kan je hier terugvinden.
De klassen Er zijn in het IWR Programma 3 klassen voorzien.
Het Programma
Het IWR programma omvat 3 onderdelen. Onderdeel Ais het speuren. De hond moet een door de geleider of door een spoorlegger afgelegd traject zo precies mogellijk volgen en hierbij de neergelegde voorwerpen aanduiden of aanbrengen. Onderdeel B is de gehoorzaamheid. De geleider en de hond moeten zo korrekt mogelijk de voorgeschreven oefening afwerken. Er wordt steeds gewerkt met 2 honden op het terrein waarbij de eerste afgelegd wordt terwijl de de andere hond de oefeningen uitvoerd. Nadien worden de rollen omgedraaid. Onderdeel C is het pakwerk. Hierin worden de verdedigingskwaliteiten van de honden getest maar is de handelbaarheid en de gehoorzaamheid van de hond zeker even belangrijkals het bijten op zich. In het IWR programma heeft agressie niets te maken met het pakwerk. Het is namelijk zo dat elke hond voor het begin van de wedstrijd aan de keurmeester wordt voorgesteld en hierbij absoluut geen agressie mag vertonen. Gebeurt dit wel wordt de hond voor de wedstrijd uitgesloten. Bij herhaling kan de hond van alle deelnames worden uitgesloten en is al je trainingswerk voor niets geweest.
Trainen gebeurt individueel. Tijdens de oefenstonden gehoorzaamheid mag elk lid op het terrein gaan oefenen, rekening houdend met de anderen die op dat moment trainen. Bij het pakwerk bepaalt de pakwerker de volgorde van oefenen. BEGELEIDINGSHOND (B.H.) Vanaf 1998 zullen alle interne wedstrijden gebeuren volgens het W.U.S.V.-programma. Dit wil zeggen: alle kampioenschappen, de C.A.-selectiewedstrijden, de C.A.-Supertrofee, de wedstrijd V.V.D.H. - V.D.H., de “C”wedstrijden en alle wedstrijden per ploeg, alsook eventueel deze als W.U.S.V. aangevraagde interne A.B.C.-wedstrijden. BEGELEIDINGSHOND De honden dienen voor het begin van de proef een test te ondergaan. Deze verloopt als volgt: 1. De keurmeester mag de hond enkel aanraken na toestemming van de geleider 2. a. De honden worden in ZIT geplaatst en dienen hun tanden te tonen b. De reuen dienen in STA geplaatst voor de controle van de testikels 3. Dan gebeurt de tatoeagecontrole 4. Vervolgens worden de honden gemeten Voorgaande handelingen gebeuren enkel om de hond ermee vertrouwd te maken. De resultaten komen als dusdanig niet in aanmerking voor de eindbeoordeling van het BEGELEIDINGSHOND. Algemene bepalingen De toelatingsleeftijd bedraagt 12 maanden. Op het einde van het examen worden de uitslagen door de keurmeester niet bekend gemaakt in de vorm van punten, maar in een waarde-oordeel “Geslaagd” of “Niet Geslaagd”. Men is geslaagd wanneer men in deel 1 70% (= 42 punten) van de te bekomen punten behaalt en wanneer in deel 2 de oefeningen door de keurmeester als voldoende beoordeeld worden. Het te verdienen certificaat is niet opgevat in de zin van het africhtings- tentoonstellings- of aankeuringsreglement. Het opnieuw afleggen van de proef “BEGELEIDINGSHOND” is niet aan een termijn gebonden. Om te slagen moet in het eerste gedeelte minstens 70% gehaald worden. Deel 1: Examen BEGELEIDINGSHOND op een oefenterrein of in een natuurlijke omgeving. Elke afzonderlijke oefening begint met de grondstelling. De hond zit aan de linkerkant recht naast de geleider met het schouderblad op kniehoogte. De eindgrondstelling van de vorige oefening kan als begingrondstelling van de volgende oefening gebruikt worden. De keurmeester geeft aanwijzingen bij het begin van de oefening. Al de rest, zoals keren, halt, wisselingen bij looppas, enz. wordt zonder aanwijzing van de keurmeester uitgevoerd. Het is nochtans de geleider toegelaten aan de keurmeester aanwijzingen te vragen. 1. Lijn volgen: 15 punten, bevel “voet” De aan de halsketting aangelijnde hond moet zijn geleider vanuit de beginpositie, op commando "voet" opgewekt volgen. Bij aanvang van de oefening moet de HG met zijn hond in normale pas 40 tot 50 passen in rechte lijn doorgaan zonder halt te houden, een keerwending maken en na 10 tot 15 passen de looppas en de vertraagde pas uitvoeren, respectievelijk telkens 10 passen. Daarna dienen in normale pas minsten één rechtse en één linkse hoek te worden uitgevoerd. De hond moet steeds met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie blijven en mag niet voor, zijwaarts of achterwaarts uitwijken. De keerwending is door de HG als linksom uit te voeren. Alleen bij aanvang en bij snelheidsveranderingen is een bevel toegestaan. Van zodra de HG blijft stil staan dient de hond snel en zonder commando naast zijn geleider te zitten. De HG mag zijn positie niet veranderen en zich in geen geval in de richting van zijn, eventueel, iets terzijde zittende hond begeven. De lijn dient tijdens de uitvoering van de oefening in de linkerhand te worden gedragen en moet doorhangen. Op aanwijzing van de KM gaat de HG met zijn hond door een groep van 4 personen. De HG moet in de groep minstens één keer halt houden. De personen in de groep dienen zich door mekaar te begeven. 2. Vrij volgen: 15 punten, bevel “voet” Commando "VOET" Op aanwijzing van de KM wordt de hond, na het aannemen van de beginpositie, afgelijnd. De HG hangt de lijn om zijn schouder of steekt deze in zijn zak en gaat met zijn vrij volgende hond onmiddellijk terug door de groep om daar ook weer minstens één keer halt te houden. Na het verlaten van de groep voert de HG dezelfde oefening uit als onder 1. Volgen aan de lijn. Uitvoeringsbesluiten. Er moet bijzonder veel waarde gehecht worden aan de onverschilligheid van de hond t.o.v. het schieten. Het schieten vindt plaats op een afstand van ongeveer 15 passen en de schoten worden afgevuurd met een tussenpauze van 10 seconden. Loopt de hond tijdens het schot van de HG weg, dan volgt uitsluiting van verdere deelname. Indien de KM merkt dat de hond gevoelig is voor het schot, staat het hem vrij de schotproef verder te zetten door het afvuren van meerdere schoten. De schotvastheid mag enkel worden getest tijdens de oef. "vrij volgen" en "afliggen onder afleiding". 3. Zit uit beweging: 10 punten: grondstelling ..... 10-15 normale passen .... zit .... minstens 30 normale passen. Bevelen: “voet”, “zit” Vanuit de beginpositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond op het commando "voet" rechtdoor. Na 10 tot 12 passen moet de hond op het commando "zit", snel gaan zitten zonder dat de HG zijn tempo onderbreekt. Na 20 passen blijft de HG staan en draait zich naar zijn hond. Na ongeveer 1 minuut haalt de geleider zijn hond op. Tot de HG terug naast hem staat, moet de hond rustig blijven zitten. Indien de hond een verkeerde houding aanneemt, is dit te bestraffen. 4. Afliggen met oproepen: 10 punten grondstelling .... 10-15 normale passen .... af ..... minstens 30 normale passen. Bevelen: “voet”, “af”, “hier” (naam van de hond), “voet” Vanuit de beginpositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond om het commando "voet" rechtdoor. Na 10 tot 12 passen moet de hond op het commando "af" snel gaan liggen. Zonder de hond op enigerlei wijze te beïnvloeden of om te kijken gaat de HG nog 20 passen door, draait zich direct om naar zijn hond en blijft stilstaan. Op aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond met het commando "hier", vrolijk en in snel tempo moet de hond naar zijn HG komen en zich dicht en recht voor hem zetten. Op het commando "voet" moet de hond snel aan de linkerkant van de HG plaats nemen. De hond die op dit ogenblik geen 35 punten behaalde, dient te worden uitgesloten. 5. Afliggen onder afleiding: 10 punten. Bevelen: “af”, “voet”. Bij het begin van de gehoorzaamheidsoefening van een andere hond legt de geleider zijn hond vanuit grondstelling af op een door de keurmeester aangewezen plaats en dit zonder de lijn of andere voorwerpen bij hem achter te laten. De geleider verwijdert zich 30 passen. In het programma BEGELEIDINGSHOND staat de geleider in het zicht van de hond met de rug naar hem toe. De geleider mag hierbij het terrein niet verlaten. Bij het afliggen moet de hond rustig blijven liggen. Op aanwijzing van de keurmeester gaat de geleider naar de rechterkant van zijn hond en laat hem na een passende tijdsspanne met het bevel “zit” in grondstelling komen. Deel 2: Oefening in het verkeer. Algemeenheden De oefeningen moeten in een openbare verkeersruimte (straten, wegen, pleinen) met matig verkeer gehouden worden. Het openbare verkeer mag niet gehinderd worden. Alleen de te beoordelen hond, zijn geleider, de keurmeester en eventueel een examenleider zijn in actie. Alle andere deelnemers houden zich met hun honden op een geschikte plaats aan de kant om opgeroepen te worden: kringgroepkantine, oefenterrein of andere plaatsen. Examenverloop 1. Gehoorzaamheid en gedrag in het verkeer. Op aanwijzing van de keurmeester betreedt de geleider met zijn aangelijnde hond op een aangeduid straatgedeelte het voetpad. De keurmeester volgt op aangepaste afstand (C.A.. 10 passen). De hond moet aan de linkerkant van de geleider met loshangende lijn en met de schouder op kniehoogte van de geleider blijvend, gewillig volgen. Tegenover het verkeer van voetgangers en voertuigen moet zich de hond onverschillig gedragen. 2. Gedrag van de hond onder extreme verkeersvoorwaarden. Op aanwijzing van de keurmeester beweegt de geleider zich met zijn hond te midden van drukker voetganger-verkeer. De geleider moet tussendoor tweemaal halt houden. De eerste keer moet de hond op bevel gaan zitten, de tweede keer krijgt hij het bevel “af”. De hond moet snel gaan liggen en blijven liggen. 3. Gedrag van een kortstondig alleen gelaten en aangelijnde hond, gedrag tegenover andere dieren. Op aanwijzing van de keurmeester loopt de geleider met zijn aangelijnde hond over het voetpad van een straat met matige drukte. Na korte tijd stopt de geleider op aanwijzing van de keurmeester en maakt de hondenlijn vast aan een poort, omheining of dergelijke. De geleider begeeft zich in een winkel of andere huisingang. De hond mag zitten, staan of liggen. Gedurende de afwezigheid van de geleider gaat een voorbijganger (figurant met opdracht) met een aangelijnde hond op een zijdelingse afstand van ongeveer 5 passen de te beoordelen hond voorbij. De alleen gelaten hond moet zich gedurende de afwezigheid van de geleider rustig gedragen. Hij moet de voorbijgaan hond (hiervoor geen agressieve dieren gebruiken) zonder aanvalsbewegingen (hevig aan de lijn trekken, voortdurend blaffen) laten passeren. Opmerking: Kringgroepen welke een BEGELEIDINGSHOND -examen organiseren moeten de uitslag hiervan op een intern wedstrijdformulier (in tweevoud) onmiddellijk na de wedstrijd opsturen naar het secretariaat van de commissie africhting. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||